Design & woonaccessoires die je nergens anders vindt

ALLES OVER HOUT

Acacia hout

De van oorsprong Noord-Amerikaanse boomsoort is genoemd naar vader en zoon Jean en Vespasien Robin, lijfartsen van koning Hendrik IV van Frankrijk. Deze plantten in 1601 een robinia in de tuin van het Louvre in Parijs.

Robinia pseudoacacia verwijst enerzijds naar Jean Robin en anderzijds naar de acacia. Acacia komt van het Griekse akis: doorn.  Robinia pseudoacacia behoort niet tot het geslacht Acacia maar lijkt er op door het bezit van scherpe stekels op de takken. Vandaar ook de soortsaanduiding "pseudoacacia". Men spreekt dan ook over witte acacia of valse acacia.

De standplaats van de robinia is niet erg vochtig. De soort gedijt goed op kalkrijke löss en leemhoudende zandgrond, maar doet het ook goed op lichte kleigrond. Daar is de robinia een snelle groeier: jaarlijks tot een meter in de hoogte en een centimeter in de dikte. Voor de kleine tuin worden minder snel groeiende cultivars gekweekt. Uiteindelijk groeit de boom tot 30 m hoog en 50 cm dik. De boom kan 200 jaar oud of meer worden. Exemplaren ouder dan 250 jaar zijn zeldzaam.

De stam van de robinia heeft diepe groeven. Meerstammigheid komt vaak voor. De takken zijn kaal en hebben scherpe stekels. De bladeren zijn oneven geveerd, ontplooien zich vrij laat (mei) en hebben 7 tot 19 eironde, gaafrandige blaadjes.

De boom bloeit in mei, juni en juli, tijdens of vlak na het ontvouwen van de bladen. De bloemen zijn wit en vormen 10 tot 20 cm lange, sterk geurende trossen. De nectar kan 35 tot 59% suiker bevatten waardoor de boom veel bijen lokt. De acaciahoning is vloeibaar en geurig.

In het najaar blijven 5 tot 15 cm lange kale peulen met zaden aan de boom hangen. De kleine, harde zaden kunnen tot 30 jaar later nog kiemen.

Het wortelstelsel is breed en oppervlakkig en heeft ook een penwortel. Hierdoor staat de Robinia zeer stevig in de grond en verijdelt hij erosie op hellingen. Voor dat doel werd hij veelvuldig aangeplant op spoorwegbermen. De wortels hebben wortelknolletjes met bacteriën waardoor stikstof in de grond wordt gebracht.


Sheesham hout (Indian Rose)

Sheesham hout is een hardhoutsoort met een fijne nerf. Sheesham hout draagt bij aan een warme uitstraling. Dit komt door de typerende vlamtekeningen met wisselende kleurschakeringen. Hoe ouder de boom hoe meer donkere kleuren er in het hout zitten en hoe jonger de boom hoe meer wit er in het hout zit. Het hout is niet bestand tegen extreme temperatuur of vochtigheid, sheesham hout is daarom ook niet geschikt als buitenhout.

Door de dichtheid van het hout kan het hout goed tegen een stootje, hierdoor gaat sheesham hout lang mee. Maar daarnaast wordt er door de fabrikanten van sheesham hout voor elke gekapte boom een nieuwe boom geplant. Door het kopen van sheesham hout draag je dus ook bij aan het behoud van de natuur.


Eiken hout

Eiken (of eikenhout) is een van de bekendste houtsoorten. In het algemeen is eiken sterk en hard, maar toch redelijk makkelijk te bewerken en af te werken.

Er is groot verschil tussen het ene eikenhout en het andere. Tot de bekendste handelsgroepen horen

Europees eiken: Dit is het traditionele eikenhout, waarvan onder andere de klassieke eiken meubelen en beelden gemaakt zijn. Niet alleen meubels, maar ook deuren, parket, kozijnen en trappen en ook schepen en sluisdeuren werden traditioneel van eikenhout gemaakt. Door de schaarste (en prijs) wordt dit meer en meer vervangen door andere soorten, onder andere meer bestendige houtsoorten als Azobé of Afzelia. Ook binnen Europa is een grote variëteit aan kwaliteiten te onderkennen, men maakt onderscheid in Spessart-eiken, recht van draad en fijnjarig, Frans eiken, harder en donkerder van kleur en het prachtige maar zeldzame Slavonisch eiken, grote lengtes als regel zonder noesten of kwasten.

Amerikaanse wit eiken: is lichter van kleur.

Amerikaanse rood eiken: is rozer van kleur, zachter, grover van nerf.

Japans eiken, fijne spiegel, licht van kleur.

'Donker eiken' is veelal geen aparte houtsoort maar ontstaat veelal door een behandeling (met ammonia). Ook verkleurt het tot blauw daar waar het in contact komt met ijzer, door het aanwezige looizuur.

Al het eiken wordt geleverd door het geslacht eik (Quercus), maar de naam wordt ook wel gebruikt voor houtsoorten die in enig opzicht aan eiken doen denken.

Van de andere kant is het niet zo dat al het hout dat afkomstig is van een eik daarmee ook eiken is. Een bekende uitzondering is de steeneik. Deze levert heel ander, zeer hard en zwaar hout dat azijnhout genoemd wordt.

Houtsoorten die wel iets op eiken lijken zijn essen en iepen, maar die missen de mooie 'spiegel' die zo karakteristiek is voor eiken.

Eiken is voor alerlei doelen geschikt, waaronder decoratieve toepassingen als deuren en meubels. Onder water dient het echter wel beschermd en geconserveerd te worden (paalwerk en jachtbouw). Ook wordt het verwerkt tot fineerlagen voor het belijmen van meubelwerk.


Esdoorn hout

Esdoorn, of ook wel esdoornhout, is een houtsoort. Preciezer gezegd is het een verzamelnaam voor meerdere houtsoorten, afkomstig van bomen in het geslacht Esdoorn (Acer). Slechts een beperkt aantal esdoornsoorten wordt groot genoeg om daadwerkelijk bruikbaar hout te leveren.

Het hout is licht van kleur, gemakkelijk te bewerken en goed af te werken; het is tamelijk sterk, maar niet erg duurzaam, klasse 5. Het is zeer bruikbaar voor meubels, en wordt ook gebruikt voor het maken van keukens omdat het een lichte kleur heeft.

Daarbij wordt verschil gemaakt tussen Europees esdoorn, afkomstig van Europese esdoornsoorten en hout ingevoerd uit Amerika (maple). In deze laatste categorie is het zogenaamde hard maple (van de suikeresdoorn, Acer saccharum) beduidend anders dan de rest, omdat het zwaarder en sterker is: een bekende toepassing is de vloer in bowlingbanen. Wanneer het een mooie golftekening heeft wordt het onder andere voor topdekken, halzen en rugbladen van gitaren gebruikt.


Walnoot hout

Het hout van de walnotenbomen kunnen gebruikt worden om walnoothout van te maken. Hier kunnen dan muziekinstrumenten, meubels, vloeren en fineer van gemaakt worden.

Een groot voordeel van walnoothout is dat het niet krimpt of groeit onder bepaalde weersomstandigheden. Verder is het hout relatief makkelijk te bewerken en mooi af te werken. Bij het bewerken van walnoothout, moet rekening gehouden worden met het zaagsel, dit kan bij sommige mensen irritaties geven aan de huid, neus en/ of ogen. Een oplossing hiervoor is dat als je walnoothout wilt bewerken, een mondkapje opdoet tegen het zaagsel.

De kleur van het walnoothout hangt sterk af van waar het vandaan komt. Zo is Amerikaans walnoothout donkerder dan het Europese. In Europa is Italiaans walnoothout het lichtst van kleur. Walnoothout geeft over het algemeen wisselende kleurschakeringen met een warme en luxe uitstraling.

Bij de Amerikaanse Juglans Nigra kan je verschillende kleuren hout krijgen. Het ligt eraan van welke laag je het hout haalt. De buitenste laag, het spinthout, is lichter van kleur dan de binnenste laag, het kernhout. Het kernhout van de walnootboom heeft een chocoladebruine tint.


Zoek naar producten